Heup

U bevindt zich hier: Gewrichtspijn » Heupslijtage » Klachten en onderzoek

Klachten en onderzoek heupslijtage (heupartrose)

Klachten die op slijtage wijzen

In het kraakbeen en in het bot zitten geen zenuwen. De pijn moet vanuit het gewrichtskapsel komen. De pijn wordt veroorzaakt doordat na inspanning kleine stukjes kraakbeen, welke losraken van het gewrichtsoppervlak door het gewrichtskapsel worden ingevangen en een locale irritatie, ook wel ontsteking genoemd, veroorzaakt.

Dit is een ontsteking waar normaal gesproken geen bacteriën of virussen aan te pas komen en wordt ook wel een steriele ontsteking genoemd. Het duurt enige tijd voordat deze ontsteking optreedt vandaar dat een groot aantal mensen pas 's avonds als ze tot rust komen, klachten krijgen.

Door deze ontstekingen treedt er verlies van de elasticiteit van het gewrichtskapsel op. Hierdoor kunnen patiënten ochtendstijfheid en startpijn krijgen. Dit wordt verklaard doordat het minder elastische gewrichtskapsel opgerekt wordt. Is gewrichtskapsel door in beweging te zijn eenmaal opgerekt dan verdwijnen de pijn en de ochtendstijfheid na enkele seconden tot maximaal vijftien minuten. Doordat het gewrichtskapsel minder elastisch is treedt er een beperking van de beweeglijkheid van het heupgewricht op. De beweging die het eerst beperkt is, is het naar binnen draaien van het heupgewricht.

Eén van de belangrijkste klachten is pijn die opkomt bij het gebruik van het gewricht en die vermindert bij rust. De pijn is zeurend van karakter en wordt in de regel in de lies aangegeven en kan naar het bovenbeen, soms tot in de knie uitstralen. Sommige patiënten hebben pijn aan de buitenzijde van het dijbeen of alleen aan de voorzijde van de knie. In dit laatste geval zijn ze er vaak van overtuigd dat het probleem niet in de heup, maar in de knie ligt. De pijn neemt na verloop van maanden of jaren langzamerhand toe.

Door de bewegingsbeperking van de heup ontstaan er problemen bij het knippen van nagels, het aantrekken van sokken en het strikken van veters.

Vaststelling slijtage door de arts

De arts kijkt naar het looppatroon van de betrokken patiënt en test de bewegingen van het heupgewricht. Wanneer de patiënt veel pijn heeft dan leunt hij met zijn bovenlichaam over de zijde van de pijnlijke heup. Door het verplaatsen van het bovenlichaam over de pijnlijke heup wordt het gewicht op deze heup verminderd. Daarnaast probeert de patiënt bij het lopen zo kort mogelijk op het betrokken been te staan om de tijd dat de pijnlijke heup het lichaam draagt zo kort mogelijk te houden.

Bij het bewegingsonderzoek is in een vroeg stadium alleen het naar binnen draaien van het heupgewricht beperkt en pijnlijk. Naarmate het proces voortschrijdt vermindert ook het strekken en het naar buiten bewegen van het heupgewricht. Wanneer de slijtage van het kraakbeen oppervlakkig is, dan is dit op de röntgenfoto's niet waarneembaar. Kraakbeen laat zich namelijk niet afbeelden op röntgenfoto's. Op röntgenfoto's wordt alleen bot gezien. Er kan sprake zijn van jarenlange klachten, zonder dat dit op röntgenfoto’s is te zien.

Naar gelang de tijd verstrijkt wordt in de regel in eerste instantie op röntgenfoto's alleen maar een versmalling van de gewrichtsspleet waargenomen doordat de kraakbeenlaag dunner is geworden. Wanneer het kraakbeen tot op het bot is versleten dan kan misvorming van de heupkop en de heupkom optreden. -->

U bevindt zich hier: Gewrichtspijn » Heupslijtage » Klachten en onderzoek
(advertenties)

Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Gewrichtspijn.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)